Home | Contact
 
 
Verhalen
et Kerstverhaal «Terug
 

Het was koud buiten. Een dikke laag sneeuw lag op de daken en de lucht was grauw. Binnen was het lekker warm. De kachels stonden hoog en de mensen zaten knusjes in huis met chocolademelk en kerstkransen. In sommige gezinnen waren kerstbomen aanwezig en brandden kaarsjes. Echt ouderwets gezellig, zo'n kerstfeest. Ik moest er nog vaak aan terugdenken. Hoe spannend ik het altijd vond wanneer er een kerstboom gekocht werd, zou hij groot zijn, en zou ik de slingers er in mogen hangen? En dan het kerstfeest in de kerk, het kerstverhaal naspelen, kerstliedjes zingen. Maar nu was alles anders. Ik keek naar buiten en ik zuchtte. Geen kerstboom zit jaar en geen chocolademelk. En het was mijn eigen schuld. Het was allemaal begonnen toen mijn baas me vroeg of ik zin had om eens mee te gaan. Het was op een vrijdagavond en het was net zo koud als nu. Maar binnen was het gezellig, er waren lichtjes en mensen. De rammelende kasten hadden me vreemd aangekeken. Wat ik hier moest? Nou, gewoon eens kijken wat er te doen was. Niks mis mee toch? Een beetje gezelligheid en vertier, nieuwe mensen ontmoeten. Ik waagde de eerste gok, en ik vond het leuk. Ik werd aangemoedigd en het ging goed. Het ging zo ongelooflijk goed dat ik met drie keer zoveel naar huis ging. Het liep tegen kerst. En ik ging vaker mee. En toen kwam er een keer een teleurstelling. En ik ging met drie keer zo weinig naar huis. Maar daar kwam ik weer overheen en ik probeerde opnieuw. Het ging weer mis. Zo wisselden winst en verlies elkaar af. Het spel kreeg me in zijn greep, ik moest er weer heen. De kasten waren oude bekenden van me geworden. Ze keken me niet meer vreemd aan, maar ze lachten zo vriendelijk. Er kwam een periode dat het weer zo goed ging. Twee weken voor kerst kocht ik een boom. En slingers. En een kalkoen die zo groot was dat ik hem nooit in m'n eentje op zou kunnen. Maar dat hoefde ook niet. Ik was van plan er een groots kerstfeest van te maken. Ik zou veel vrienden uitnodigen en er zou zoveel te eten zijn en zoveel cadeaus. Toen ik alles in huis had moest ik er toch weer heen. De drang was zů sterk dat ik het niet kon weerstaan. Het liep mis. Het liep vreselijk mis en ik kwam thuis met niks. De rekening was leeg. En toen kwam de post. Een rekening van de tandarts, de huur, gas en elektriciteit en water. En natuurlijk de afbetaling van die dure auto die ik in een opwelling had gekocht. Maar ik had niks meer. Na een paar dagen kwamen ze aan de deur. Ja, ze zochten maar uit. De tv werd het huis uitgesleept. En de zitbank en het dure tafeltje die ik speciaal had laten maken. Toen kwamen ze bij de kerstboom. Ze hadden nog niet genoeg, dus moesten de ballen mee. En de piek, die me bijna honderd gulden had gekost. Toen bijna het hele huis leeg was, vertrokken ze. In de diepvries lag nog de enorme kalkoen. Ik zou hem nooit alleen opkunnen. Het werd kerstavond. En het werd donker. De elektriciteit was afgesloten. Ik rilde en zat in elkaar gedoken op de grond. Ergens op zolder moesten nog wat kaarsjes liggen. Stijf geworden van de kou stond ik op en ging op de tast naar boven. Ik stootte m'n hoofd aan de schuine balken van de zolder. De kaarsen waren nog van vroeger. Ik vond ze in een hoekje, helemaal bedolven onder het stof. Ze waren heel mooi, daarom waren ze nog nooit aangeweest. Als kind had ik er vaak naar staan kijken en toen ik het huis uitging had ik ze meegekregen. Beneden stak ik ze aan. Ik hield m'n handen erboven en voelde de behaaglijke warmte. Ik keek naar de kaarsen. Het waren engelen die hun handen omhoog hielden. Ze hadden vleugels op hun rug. 'Kunnen engelen vliegen mama?' had ik eens gevraagd. 'Net als vogels?' 'Dat weet ik niet kind,' had moeder geantwoord, 'deze kaarsen zijn door mensen gemaakt en sommige mensen denken dat engelen er zo uitzien'. 'Maar het belangrijkste is, dat ze altijd bij je zijn, ook al kun je ze niet zien.' Wat had ik dat een heerlijk idee gevonden. Te weten dat er altijd engelen waren die je beschermden. Bang in het donker was ik daarom ook nooit geweest. Buiten waaide de wind, en het kaarslicht wierp vreemde schaduwen op de muur. Prettig vond ik het niet, zo in het donker te zitten. Om die kinderlijke fantasieŽn kon ik nu alleen nog lachen. Maar wat was het altijd gezellig geweest. Geen overdadig kerstfeest, maar wel gezellig en warm. Het was net alsof je toen iets kon merken van de vrede op aarde. De kaarsen waren alweer voor de helft opgebrand. Ze waren niet zo groot. Ik moest ze maar eens uitdoen. Dan kon ik er de tweede kerstdag ook nog van genieten, dacht ik ironisch bij mezelf. M'n voeten waren inmiddels zo koud als steen en m'n benen waren helemaal stijf geworden. Ik moest maar eens naar bed gaan. Dat stond er tenminste nog. En de kale kerstboom. Verder was de kamer leeg. Alle vrienden had ik twee dagen geleden verteld dat ik ze helaas niet kon ontvangen omdat ik me niet lekker voelde. Een beetje grieperig, had ik gezegd. Ze vonden het wel jammer, maar ze konden het ook wel bij iemand anders vieren, zeiden ze. Want Janet had toch zo'n grote kalkoen. O ja, en nog beterschap natuurlijk. En thuisÖÖ.. Ach, thuis was zo ver weg. Het was 30 kilometer rijden. Zo vaak kwam ze thuis trouwens niet meer. Ze was met ruzie het huis uitgegaan en het contact was nooit meer goed geweest. Ze begrepen haar toch niet, en bovendien had ze het altijd zo druk gehad met van alles en nog wat. De dekens waren erg koud toen ik eronder kroop, en het duurde een hele tijd voordat ik warm werd. Het raam klapperde heen en weer. Een gure windvlaag waaide door de kamer en ik kon het bed weer uitgaan om het raam te sluiten. De slaap wilde niet komen en ik moest steeds denken aan vroeger. Doe toch niet zo sentimenteel, zei ik hardop tegen mezelf, maar toch kwamen de tranen. Toen werd er gebeld. En nog eens en nog eens. Ik besloot om niet open te doen, maar het hield zo lang aan dat ik er toch maar uitging. Voorzichtig opende ik de deur. 'Els?' hoorde ik een vragende stem. 'Papa?' 'Kind, wat is het hier donker,' zei mijn vader verbaasd. 'Ben je vergeten waar het lichtknopje zit?' Ik was beschaamd. Ik vroeg hem om binnen te komen. Toen we in de kamer kwamen merkte ik dat hij er niks van snapte. Maar hij vroeg niks. In plaats daarvan zei hij: 'je moeder en ik hadden het er eens over, en het leek ons goed om samen weer kerstfeest te vieren'. 'Als jij dat wilt natuurlijk.' 'We zouden weer eens wat vaker bij elkaar moeten komen, je bent onze enige dochter en er is veel gebeurd.' 'Kerstfeest is een feest van vrede, en dit leek ons een goed moment om opnieuw te beginnen.' Mooie kerstkleren had ik niet meer. Maar dat gaf ook niet. Ik was zo blij dat er nog mensen waren die me niet vergeten waren. De kalkoen werd uit de diepvries gehaald. En we gingen op weg. Toen we thuis kwamen zette m'n moeder grote ogen op bij het zien van de enorme kalkoen. Vroeger hadden we nooit kalkoen met kerst. Het gaat niet om het eten, zeiden m'n ouders altijd. Maar ik moest anders. Ik moest een enorme boom met dure ballen. Een kalkoen waar wel twaalf personen van konden eten. En toen was ik alles kwijt. En niemand die het wat kon schelen. Want kerstfeest konden ze ook wel bij iemand anders vieren. Alles was weg, behalve de herinneringen. Maar nu was ik weer thuis. Het was behaaglijk warm en de kaarsjes brandden. De kalkoen mislukte, we hadden geen idee hoe we zo'n monster moesten klaarmaken, maar het gaf niet. Ik was thuis, de herinnering werd weer werkelijkheid. We waren gelukkig. Het was weer kerstfeest.

 
Auteur: DaniŽlle Munnik «Terug
Bron: DaniŽlle Munnik
 
 
    Promotie | Pers | Copyright KerstmisOnline 2000/2017 | Privacy | Disclaimer | Adverteren | Colofon | Contact